Kermis Heeten, sinds 1932
De oorsprong van het woord kermis ligt bij de kerkmis: de viering van de inwijding van een kerk. Na de mis bleef het dorp samenkomen. Er werd gegeten, gedronken en gefeest. Zo groeide een kerkelijke viering langzaam uit tot een dorpsfeest.
– Kerkmis werd kermis –
En eigenlijk veranderde alleen de naam. Want nog steeds draait het om hetzelfde: mensen die elkaar opzoeken, en dat geldt misschien nergens zo sterk als in Heeten.
Het ontstaan van de Oranjevereniging
Voor zover bekend is het Oranjefeest Heeten-Schoonheten in een weiland aan ’t Wormer ontstaan omstreeks 1923.
In de jaren 1924 en 1925 werd dit volksfeest georganiseerd op de plek waar nu De Groot Tweewielers staat. Daar stonden vroeger de kassen van Schoorlemmer en de landbouwschool. Het dorp kwam er samen voor spelletjes, muziek en gezelligheid.
In de jaren die daarop volgden vond de kermis plaats op de hoek van de Holterweg en de Johannalaan, in een weiland van de familie Meijerink (daar waar eerder garage Brinkhof zat).
– Toen nog klein en eenvoudig, maar wel het begin van iets dat zou uitgroeien tot een mooie traditie –
In 1932 werd de Oranjevereniging officieel opgericht.
Vanaf dat moment kreeg de kermis vorm en werd het feest steeds professioneler georganiseerd. Het feest was toen nog alleen voor Heeten. Schoonheten sloot zich later aan, onder pastoor De Graaf. Daarvoor, onder pastoor Voskuilen, werden de feesten nog apart georganiseerd.
– De Oranjevereniging groeide langzaam uit tot het kloppend hart achter het dorpsfeest –
Mensen van het eerste uur waren onder andere Johan Tijs, Herman Vulink, Bertus Ruiter, Hein Wagemans, Rieks Willemsen, Gerrit Assink, Oosterkamp, Rechterschot, Van Wikkeren, Bos en De Bruin. Samen legden zij de basis voor wat later zou uitgroeien tot de Oranjevereniging zoals we die vandaag kennen.
In de jaren daarna werd de organisatie verder aangevuld met inwoners uit het dorp, waaronder de heren Obdeijn, Streppel, Hondeveld, Oosterwechel, Van der Hulst, Speelman en Ruiter.
Meester Van Wikkeren was in die jaren voorzitter van de OV. Volgens de traditie was het hoofd van de school automatisch voorzitter, terwijl het hoofd van de school in Schoonheten de rol van secretaris vervulde. Eerst was dat meester Bos en later meester De Bruin.
– Vrijwilligerswerk was toen al vanzelfsprekend –
De kermis van vroeger
Het begon vrijdagavond met prijsschieten bij café Tepperik.
De zaterdagmorgen begon met een optocht vanaf de school naar het feestterrein.
De fanfare liep voorop tijdens de optocht door het dorp. Kinderen versierden hun fietsen en trokken richting het feestterrein, waar chocolademelk en krentenbollen klaarstonden.
De vier kruideniers van het dorp verzorgden om de beurt de traktaties: Bosgoed, Franken, Geertman en Gehring.
Daarna begonnen de kinderspelen: Zaklopen, stoelendansen en “pette sloan”.
Twee mensen zaten tegenover elkaar op een stoel, gewapend met een “wezeboom”, een soort gladde denneboom. Het doel was simpel: probeer de “pette” bij elkaar van de stoel af te slaan.
Het spel trok altijd veel bekijks: Publiek eromheen, fanfaremuziek op de achtergrond en deelnemers die steeds fanatieker werden naarmate de strijd langer duurde.
– Voor veel kinderen en dorpsbewoners hoorde “pette sloan” net zo goed bij de kermis als de draaimolen en de optocht door het dorp –
Daarna begonnen om 14.00 uur de volksspelen. Ook hier was altijd veel belangstelling voor.
De hoogtepunten waren ringsteken met een karretje of op de fiets en fietsen met hindernissen. En als allerlaatst was er de stoelendans voor de dames. Onder medewerking van de heren en de fanfare werd er een leuk spel van gemaakt.
De kermismensen
Met de jaren groeide niet alleen het feest, maar ook de band met de kermisexploitanten.
Families als Kulpe, Van Orsel en later ook de familie De Voer kwamen jarenlang naar Heeten. Hun woonwagens stonden in de straten rondom het terrein. Water werd gehaald in melkbussen. Stroom kwam via lange kabels uit huizen van dorpsbewoners. De kinderen van de exploitanten gingen tijdens de kermisdagen soms gewoon mee naar school in Heeten.
Tegenwoordig kennen mensen vooral de naam Sterrenberg als exploitant van de kermis in Heeten. Maar het gevoel is eigenlijk hetzelfde gebleven: de kermis komt niet alleen naar het dorp toe, ze hoort er inmiddels ook een beetje bij.
De oorlog en de wederopbouw
Tot en met 1939 werd er ieder jaar feest gevierd, daarna viel het stil.
Tijdens de oorlogsjaren verdwenen de muziek, de optochten en de volle tenten uit Heeten. Maar vlak na de bevrijding werd de draad alweer opgepakt.
Er was nauwelijks geld in kas. Dus trok het bestuur met collectelijsten het dorp in, om geld op te halen voor het feest. Vooral voor de kinderen moest het door kunnen gaan.
– Alleen al het gratis laten draaien van de draaimolen kostte destijds zo’n vijftig gulden, een flink bedrag in die tijd –
Later verhuisde het feest naar een terrein van Wagemans (op de hoek van de Hordelmansweg en de Olthofsteeg). In 1959, toen het dorpsplein werd opgeleverd, kwam de kermis uiteindelijk voor het eerst naar het plein in het dorp.
Naast de kermis organiseerde de Oranjevereniging destijds ook dansavonden en stoelendansen. In een grote tent kwamen zo’n 1.000 jongeren uit de hele regio samen om te dansen, te praten en tot laat in de avond te blijven hangen.
En als de laatste bezoekers naar huis waren, bleef de organisatie zelf vaak slapen in de tent. Het geld van de avond werd simpelweg in een zak gestopt en onder een hoofdkussen gelegd.
De coronajaren
Generaties lang kwam Heeten samen tijdens de kermis, tot 2020.
Door de coronapandemie viel het feest opnieuw stil. Geen volle tent, geen muziek en geen kermis zoals we die kennen.
Maar net als eerder in de geschiedenis bleef het daar niet bij.
– In 2022 keerde de kermis terug –
Nog steeds hetzelfde gevoel
Inmiddels zijn de lampen feller geworden, de muziek luider en het feest groter. Maar toch voelt de kermis nog steeds hetzelfde als vroeger.
Nog steeds draait het om samenkomen.
Om vrijwilligers die maanden bezig zijn voor een paar dagen feest.
Om kinderen die wachten op de opening van de kermis.
Om verhalen die ieder jaar verteld worden.
Eigenlijk lijkt de kermis van nu toch nog heel erg op die oude kerkmis van vroeger.
Alleen staan we tegenwoordig iets minder vaak in de kerk, en iets vaker in de tent.
Deze historiepagina is mede tot stand gekomen op basis van archiefstukken van de Oranjevereniging en herinneringen van Jan Vloedgraven, van 1945 tot 1975 penningmeester van de Oranjevereniging.
